Persoonlijk

Liefde in Lockdown (Deel 2)

Liefde in Lockdown

Ik word uiteindelijk wakker door het luide gemompel op de achtergrond en het duurde niet lang om mezelf te beseffen dat ik niet op mijn kamer ben. Om te beginnen omdat het bed waar ik op dat moment op lig een stuk groter en comfortabeler is dan de slaapbank waar ik de afgelopen nachten op heb doorgebracht. Voorzichtig probeer ik om rechtop te gaan zitten, maar het begint zo te draaien dat ik toch maar weer ga liggen. Ondertussen kan het gemompel wat beter van elkaar onderscheiden. Twee mannen zijn in het Engels met elkaar in gesprek en ik vermoed dat een van de twee een hotelmedewerker is. Even denk ik het woord ‘coronavirus’ op te vangen en ik krijg het acuut warm. ‘Heb ik corona!? Viel ik daarom flauw?’

De mannen praten nog even door terwijl ik probeer om mijn ademhaling en gedachten onder controle te krijgen. De steen op mijn borst lijkt alsmaar zwaarder te worden en ik denk aan mijn dochter en mijn man. Mijn overspelige man die waarschijnlijk op dit moment zijn vriendin in ons bed heeft liggen terwijl ik hier dood lig te gaan. Toch mis ik hem. Juist nu.

Verdomme

Er valt een deur dicht en er klinkt een luid ‘verdomme’ vanuit de hal. Weer probeer ik om rechtop te gaan zitten, in afwachting van de persoon die mij hier naartoe heeft gebracht. Misschien ben ik wel ontvoerd door een seriemoordenaar. Een seriemoordenaar én corona. Dat heb ik natuurlijk weer. Weer voel ik hoe de kamer begint te draaien, maar ik zet door. Tegen beter weten in probeer ik te gaan staan. Ik wil weg hier en zo snel mogelijk naar huis. Ik zet mijn voeten op de grond, maar zo snel als ik sta verlies ik mijn evenwicht. Nog voordat ik net zo snel weer achteroverval, voel ik iets wat me bekend voorkomt: een paar sterke armen die me ondersteunen. Waar ik mezelf wel heel gemakkelijk aan overgeef. Als dit een seriemoordenaar is dan heeft hij het wel heel simpel zo. Met iemand die zich keer op keer en nogal letterlijk, in zijn armen stort.

Heb ik corona?

‘Rustig aan,’ hoor ik hem zeggen met dezelfde diepe en kalme stem zoals ik eerder heb gehoord. ‘Misschien moet je nog even wachten de marathon voordat je jezelf serieus pijn doet’. Hij zet me neer op de rand van het bed en ik probeer mezelf te ondersteunen.
‘Wat is er aan de hand?’ Piep ik. ‘Heb ik corona? Ga ik dood?’

Paniekaanval

Met grote ogen kijk ik hem aan en ik voel hoe ademen steeds iets lastiger gaat. Snel springt de man op en trekt een papieren zakje uit het nachtkastje. ‘Adem hier even in. Rustig in en uit en probeer jezelf te kalmeren. Dit is een paniekaanval. Die kreeg je net ook al in de lobby.’ Ik herinner me plotseling alles weer. De medewerkers die zeiden dat iedereen naar hun kamer toe moest. De drukte, de paniek, de warmte… ‘Wat is er toch allemaal aan de hand!?’ zeg ik met mijn neus nog in de papieren zak. Langzaam begint mijn ademhaling zich weer te reguleren en ook het draaierige gevoel neemt af.

In isolatie

‘Er is iemand in het hotel positief getest op het coronavirus. Wie het is wil het personeel niet zeggen, maar alle gasten moeten verplicht in isolatie. Voor het geval dat.’ Geschrokken laat ik mijn ‘luchtzakje’ vallen. ‘In isolatie? Voor hoelang?’ Ik stel de vraag, maar ergens in mijn achterhoofd denk ik aan de verhalen vanuit China. Hoe mensen nu nog in quarantaine zitten. ‘Ik vlieg over twee dagen naar huis!’ zeg ik paniekerig achteraan. Alsof ik ergens al weet wat me te wachten staat. De man schudt zijn hoofd. ‘Dat konden ze nog niet zeggen.’ Weer voel ik hoe ik het warm krijg en ik sneller begin met ademen. ‘Rustig toch,’ zegt de man wat ongeduldig. Hij helpt mijn hand met zakje weer naar mijn gezicht. ‘Het heeft geen zin als we gaan zitten paniekeren.’

De dramaqueen

Hij staat op en loopt naar de keuken. ‘Lekker. Ik zit opgescheept met de dramaqueen.’
‘Hee, hallo. Ik heb niet gevraagd om hierheen gebracht te worden hoor.’
‘Had ik je dan moeten laten vertrappen in de lobby?’ Hij draait zich enigszins verontwaardigd naar me toe, terwijl hij een flesje water uit de koelkast pakt. ‘Drink wat.’ Met milde tegenzin trek ik het flesje uit zijn hand. ‘Dankjewel,’ mompel ik.
‘Ik ga even wat telefoontjes plegen. Kan ik je alleen laten zonder dat je dadelijk alsnog van de grond kan rapen?’ Ik knik.

Twee keer zo groot

Nu ik mezelf wat meer mezelf begin te voelen. Valt me pas op hoe groot deze kamer is. Het lijkt in ieder geval niets op het hok waar ik mijn vakantie in heb doorgebracht. Een groot raam van het plafond tot aan de grond biedt een vrij en open uitzicht op zee. Het bed is twee keer zo groot als het tweepersoonsbed thuis. De keuken is daarnaast ook drie of zeker vier keer groter dan wat ik thuis heb staan. Luxer ook en ik vraag mezelf af wat iemand met zo een keuken moet op vakantie. Alsof je gaat koken met een fijn hotel-restaurant op de begane grond.

Voorzichtig sta ik op en loop naar het grote raam. Beneden kan ik het hotelzwembad zien liggen. Net lag het hier nog vol met mensen. Nu ligt er niemand. Het water ligt stil en de enige mensen die ik zie zijn hotelmedewerkers die zenuwachtig heen en weer lopen.

Michael

‘Hoe heet je eigenlijk?’ Ik schrik als ‘hij’ ineens naast me staat. Nog iets wat me opvalt: hij is onwijs lang. Zijn zongebruinde huid steekt af tegen zijn spierwitte T-shirt en zijn kastanjebruine haren zijn volgens mij een stuk lichter geworden door de zon. ‘Joy,’ antwoord ik een steek mijn hand uit om me voor te stellen. Hij kijkt ernaar, maar pakt hem niet aan. ‘Michael,’ zegt hij kortaf. ‘Ik kan iemand naar je kamer sturen voor je spullen en als je iemand wil bellen heb ik een telefoon.’ Hij slaakt een diepe zucht terwijl hij met een lege blik naar buiten staart. ‘Want zover ik net heb begrepen zitten we hier nog wel even’.

Lees Liefde in Lockdown (Deel 1) hier

Share:

Leave a reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Pin It on Pinterest

Shares