Persoonlijk

Liefde in Lockdown (Deel 1)

Liefde in lockdown

Het voelt als een eeuwigheid geleden. Grappig hoe snel je snel het besef van tijd verliest als je opgesloten zit. Niet, zoals de meeste mensen, in het comfort van mijn eigen huis. Niet op mijn eigen bank, in mijn eigen bed. Met mijn eigen spullen of in het gezelschap van mijn man, kind en grote rode kater. In plaats daarvan zit ik op een hotelkamer, samen met een complete vreemde en zelfs na al deze weken heb ik nog geen idee hoe ik hier in godsnaam ben beland. Hoe uitgerekend ik in deze situatie terecht ben gekomen.

Toen ik op het vliegtuig stapte voor mijn allereerste solovakantie, een soort van mini-schrijversretraite, had ik nooit verwacht dat het zo zou lopen. Ik wist niet dat ik, toen ik mijn man en kind uitzwaaide bij de gate, ze zo lang niet meer zou zien. Dat de kleren die ik had ingepakt voor een schamele zeven daagjes. Uitgerekend de kleding zou zijn waar ik de komende weken aan vast zou zitten. Ik was er nooit op berekend dat die ene zonnige dag in Tenerife, zo een grimmige wending zou nemen.

Corona

Want zoals veel Nederlanders had ik wel gehoord van het coronavirus. Hoe het huishield in China en inmiddels ook voet had gezet op Europese bodem. Ik wist dat het er was, maar beschouwde het nog als een ‘ver-van-mijn-bed-show’. Er was op het moment dat ik besloot om toch op reis te gaan, geen enkele sprake van een reisverbod of dat ik hier weleens vast zou komen te zitten. Tot op het moment dat het gebeurde dan.

De dag dat ‘het’ begon

Ik zit met mijn boek aan het zwembad van het luxe resort waarvoor ik dik een jaar heb moeten sparen. Zelfs al kwam ik voor dat bedrag alsnog in een soort van ‘bezemkast’ terecht. Het uitzicht, de zee, het zwembad en bovenal: de rust. Het was elke zuurverdiende cent meer dan waard en ik besluit dan ook om de resterende drie dagen niet eens te besteden aan het schrijven, maar vooral te genieten. ‘Want ook dat doet het schrijvershart goed,’ zo beredeneerde ik. ‘En voor het gebroken hart,’ want dat mijn man deze week vooral tijd zou doorbrengen met zijn ‘geheime, niet-zo-geheime vriendin’ is iets geweest waar ik mezelf heel erg over heb opgewonden. Gelukkig is het iets wat ik sinds ik hier ben aangekomen compleet heb losgelaten. Al is de periodieke steek in mijn hart een kleine herinnering van wat ik thuis heb achtergelaten. Het besef dat ik ze ‘vrij spel’ heb gegeven om nader tot elkaar te komen. Met duizenden kilometers tussen ons in.

Rumoer

Ik veeg de zweetdruppels van mijn voorhoofd en besluit om een duik te nemen in het zwembad voor me wat voor me ligt. Ik leg mijn boek aan de kant en sta op. Maar precies op dat moment wordt het rumoerig op het terrein van het resort. Medewerkers roepen in gebrekkig Engels, Spaans en Duits dat de gasten zo snel mogelijk naar hun kamer toe moeten en dirigeren ze, zonder enige uitleg richting de lobby van het hotel. Snel draai ik me om en probeerde mijn spullen te pakken, maar een van de mannelijke hotelmedewerkers trekt me mee en helpt me zo de mensenmassa in. Ik kan (gelukkig) nog net mijn tas, met mijn telefoon erin, meetrekken.

Paniek

In de lobby, bij de liften en op de trappen is het een chaos. Mensen, die zich net zoals ik niet bewust zijn van wat er gaande was, raken lichtelijk in paniek. Er wordt geduwd, getrokken en gedrongen om zo snel mogelijk in de lift terecht te komen. Een medewerker probeerde de groep nog te kalmeren, maar langzaamaan gaan het zenuwachtige gemompel over in geschreeuw, gegil en gehuil. Ik voelde hoe ik het steeds warm, koud en toen weer warmer krijg. Hoe elke zet van de personen naast me steeds meer prikkelt en ervoor zorgt dat ik het benauwder en benauwder krijg. Het gegil wordt uiteindelijk overstemd door het zoemende geluid van mijn hartslag in mijn oren. ‘Ik moet hier weg!’ Schreeuw ik nog Voordat ik voel hoe het leven uit mijn lichaam trekt en in elkaar zak. Dat kan er ook nog wel bij…

IJsblauwe ogen

Nog voordat ik op de grond terecht kom voel ik hoe door twee sterke armen omhoog wordt getrokken. Ik hoorde een hoe er een kalme, diepe stem me in het Engels verteld dat het wel goedkomt en me meetrekt uit de paniekerige groep mensen. Naar ergens waar het rustig is en ik het gevoel krijg dat ik weer kan ademen. Hij plaats me rustig op een stoel. Een stoel in een lift, kom ik achter toen ik weer bewust word van mijn omgeving. Net zoals ik me al snel besef dat dit niet de lift is die ik de afgelopen dagen heb gepakt om op mijn kamer te komen. ‘Het komt wel goed,’ zegt de kalme stem terwijl hij zachtjes door mijn halen streelt.
‘Hij spreekt Nederlands,’ schiet er door mijn hoofd en voor kort werp ik een blik op de man die mij had gered van een mogelijke verdrukkingsdood. En het enige wat ik me nog herinner zijn die blauwe ogen. Die ijsblauwe ogen zijn het laatste wat ik zie voordat ik deze keer echt het bewustzijn verlies…

Share:

Leave a reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Pin It on Pinterest

Shares